Vervangen of verlengen: De vraag die wegbeheerders vaker zouden moeten stellen

Een weg in Apeldoorn had acht jaar mee moeten gaan. Na dertien jaar rijdt er nog steeds verkeer overheen. Het verschil zat in een behandeling van anderhalve euro per vierkante meter: verjongingscrème, aangebracht voordat er ook maar iets aan de hand was. Waar vervanging van een toplaag al snel veertig tot vijftig euro per vierkante meter kost, is onderhoud vaak al te plegen voor vier of vijf euro per vierkante meter. Verjongingscrème kost bij een werk van 10.000 m2 tussen de één en anderhalve euro per m2. Als preventief onderhoud zoveel goedkoper kan zijn, waarom is het dan nog niet de standaard?
De economica van een asfaltcentrale
Een asfaltcentrale is een kapitaalintensieve investering met een levensduur tot dertig jaar. Asfalt kan niet worden opgeslagen; het wordt geproduceerd op het moment dat het nodig is. In januari en februari staat de productie wegens het weer vrijwel stil. De bezettingsgraad is daarmee allesbepalend voor de rentabiliteit. De Nederlandse Mededingingsautoriteit stelde in 2002 vast dat onderbezetting leidde tot "onaanvaardbare exploitatieverliezen" en citeerde aanvraagsters: "Het is niet mogelijk dat iedere aannemer die actief is in de wegenbouw, zelf één of meer asfaltcentrales in stand houdt, omdat dit eenvoudigweg niet kan renderen." Hogere productie betekent lagere kostprijs per ton en hogere marge op de projecten waarvoor dat asfalt wordt gebruikt.
Een geconcentreerde markt
De asfaltmarkt is sterk geconcentreerd. Een inventarisatie van de Omgevingsdienst Groene Metropoolregio uit 2022 telt 29 asfaltcentrales in Nederland, tegenover 51 in 2002. Vrijwel alle centrales zijn eigendom van, of worden mede-geëxploiteerd door, de grote wegenbouwers zelf. De NMa stelde in 2002 vast dat tachtig tot honderd procent van het geproduceerde asfalt intern werd afgenomen, door de eigenaar of zijn partners in het samenwerkingsverband. Slechts tien procent belandde op de vrije markt.
Die concentratie is sindsdien verder toegenomen. Twee grote aannemers voegden hun centrales samen in één joint venture dat inmiddels zeven locaties exploiteert verspreid over het land. In 2024 werd bekendgemaakt dat dit bedrijf samen met een grondstofleverancier een nieuwe circulaire centrale bouwt in Utrecht, die in 2026 in productie gaat. Een andere grote wegenbouwer bundelde per begin 2026 productie, verwerking en advisering in één geïntegreerde organisatie.
Wat levensduurverlengend onderhoud vraagt
CROW en TNO publiceerden in 2017 een reeks factsheets met bewezen alternatieven voor volledige asfaltrenovatie. Verjongingscrème of sealen kost één tot anderhalve euro per vierkante meter en verlengt de levensduur met twee tot vier jaar, zonder nieuw asfalt. Emulsie Asfalt Beton kost vier tot vijf euro per vierkante meter en geeft zeven tot negen jaar extra levensduur, eveneens met minimale asfaltinzet. Een dunne asfaltinlage verlengt de levensduur gemiddeld zeven jaar, met een fractie van het materiaalvolume van een volledige renovatie. Waar een volledige toplaagvervanging tientallen tonnen asfalt per 1.000 vierkante meter vraagt, vraagt preventief onderhoud vaak geen ton.
Levensduurverlengend onderhoud is geen alternatief voor iedere renovatie. Bij ernstige schade, onvoldoende draagkracht of een wegdek dat niet meer aan de functionele eisen kan voldoen, is vervanging de juiste keuze. De opgave is daarom niet om vervanging uit te bannen, maar om te vervangen waar het moet en te verlengen waar het kan. Of contracten en marktprikkels die afweging voldoende ondersteunen, is een volgende vraag.
De contractvorm als spiegel
Rijkswaterstaat erkende in 2022 dat haar contracten lange tijd de verkeerde richting op wezen. Strategisch adviseur Huub de Lange zei het ronduit: "Extra werk leverde extra geld op. En dat ging wel eens ten koste van het reguliere onderhoudswerk." De prestatiecontracten die Rijkswaterstaat jarenlang hanteerde, met looptijden van drie tot vijf jaar, beloonden meerwerk.
Rijkswaterstaat werkt daarom nu met basisonderhoudscontracten van zeven tot tien jaar: wie langer verantwoordelijk is voor een areaal, denkt automatisch zuiniger. Bij DBFM-contracten, waarbij een aannemer ook twintig tot vijfentwintig jaar onderhoudt, geldt de omgekeerde prikkel: onnodige vervanging kost de aannemer zelf geld.
De contractvorm als spiegel
Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is duidelijk: "De keuze voor het toepassen van levensduurverlengend onderhoud ligt bij de wegbeheerder." De opdrachtgever bepaalt de ingreep.
Die opdrachtgever vraagt echter vaak advies. Een functionele vraag “wat moet deze weg presteren over de volle levensduur, en wat is daarvoor de meest verstandige ingreep?” opent andere mogelijkheden dan een technische vraag: hoeveel vierkante meter asfalt moet er worden vervangen?
De weg in Apeldoorn bleef dertien jaar rijden. Dat begon met een wegbeheerder die de goede vraag stelde.
.png?limit&maxwidth=3200&maxheight=2400)

MEER INTERESSANTE ARTIKELEN
De evolutie van de werknemer: vroeger en nu
Waarom een slim uitgevraagd onderhoudscontract het verschil maakt
Emissievrij materieel = lagere MKI-waarde asfalt?!

.png?limit&maxwidth=3200&maxheight=2400)
.png?limit&maxwidth=3200&maxheight=2400)
.png?limit&maxwidth=3200&maxheight=2400)

.png?crop&width=800&height=600)
.jpg?crop&width=800&height=600)
-2.jpg?crop&width=800&height=600)